Klimzalen: onbekend en toch zo bemind. Het concept van de klimzaal is een vooral Belgisch idee dat teruggaat naar het einde van de jaren ’80. In 1986 verhinderde slecht weer Pierre D’haenens om te skiën in de Franse Alpen. Als klimmer doodde hij de tijd op een muur met vaste grepen waarvan alle mogelijke combinaties snel uitgeklommen waren (in 1983 bedacht de Fransman François Savigny de eerste kunstmatige klimgreep).
Terug thuis bedacht Pierre dat dit veel beter kon. Hij kwam op het eenvoudige idee om een multiplexplaat op regelmatige afstand te doorboren, zodat grepen naar hartenlust konden worden geplaatst en verplaatst. Een prototype later had hij de (infrastructurele) basis gelegd voor de latere commerciële klimzalen en richtte hij ALPI-IN op, dat uitgroeide tot een echt pioniersbedrijf[1]. Een jaar later, in 1987, opende ’s werelds eerste klimzaal in het hart van Brussel: Terres Neuves.
Bijna 40 jaar later en vele nieuwe klimzalen verder, zijn de basisprincipes en technieken rond het bouwen van klimmuren grotendeels hetzelfde gebleven.
Ontwerp & bouwen van klimmuren
We shape our buildings; thereafter they shape us.
Winston Churchill
Dit citaat geldt ook voor klimmuren. Een grondige analyse van de ruimte waarin de klimmuur zal worden gebouwd is essentieel. Het bepaalt grotendeels de mogelijkheden wat betreft vorm en complexiteit van de klimmuur. Allemaal keuzes die hun impact zullen hebben op de bouwwijze en bouwkost alsook de uiteindelijke aantrekkelijkheid en populariteit van de klimzaal.

Denk maar aan inplanting, valzones, draagstructuur, muurbekleding en afwerking van de geplande klimmuur. Beschikbaarheid van buitenruimtes, opwarm- en fitnessruimtes, … Ook of de klimmuur voor nationale of internationale wedstrijden gebruikt zal worden is belangrijk om op voorhand te weten, want dit brengt extra vereisten met zich mee die in de ontwerpfase al in rekening moeten worden gebracht.
Draagstructuur
De draagstructuur van een klimmuur bepaalt grotendeels wat met de klimmuur kan gedaan worden: hoe zwaar je de muur kan belasten, hoe hoog je kan gaan, waar je overhang kan plaatsen en welke toekomstige uitbreidingen mogelijk zijn.
Een draagstructuur kan vrijstaand zijn of vastgemaakt worden aan het bestaande gebouw, en uit staal of hout gemaakt worden.
Vaste versus vrijstaande structuur
Een vrijstaande muur is een optie als de ruimte waarin deze wordt gemonteerd niet de nodige structurele sterkte heeft om de muur te dragen, of als men schade aan de constructie moet vermijden. De inherente stijfheid van een klimmuur die aan een rigide structuur is bevestigd, ontbreekt hier en moet worden gecompenseerd door bredere framematerialen, specifieke framevormen (U- of O-vormen) en extra verstevigingen. Dit resulteert in een complexer ontwerp en een hoger materiaalgebruik, wat de kosten aanzienlijk verhoogt. Daarom worden vrijstaande constructies zelden gebruikt, tenzij de aard van de ruimte dit noodzakelijk maakt. Dit speelt vooral bij bouldermuren.
De meeste klimzalen — zowel boulder- als lengtezalen — worden gebouwd op een vaste structuur die wordt bevestigd aan de structurele elementen van de ruimte.
Stalen versus houten draagstructuur
Factoren zoals budget, binnen- of buitenmuur, eenvoud van installatie en ontwerpcomplexiteit spelen een bepalende rol bij de keuze van materiaal voor de draagstructuur.
Hout is een kosteneffectieve en duurzame keuze: lichter en goedkoper dan staal, het vraagt minder gespecialiseerde installateurs en het zorgt voor een relatief snelle installatie. Daarom is hout de logische keuze bij een beperkt budget, hoofdzakelijk verticale wanden, vlakke overhangen, kleinere of mobiele klimmuren, of bij participatie van minder gekwalificeerd personeel bij de opbouw van de draagstructuur. Een mooi voorbeeld van een klimmuur gebouwd op een houten draagstructuur is klimzaal Maniak in Vorst.
Staal heeft indrukwekkende sterkte-eigenschappen en biedt een hoge structurele integriteit, wat zorgt voor een duurzame en betrouwbare oplossing. Voor grote of complexe ontwerpen is staal het standaardmateriaal. De noodzaak tot lassen maakt echter dat stalen draagstructuren door gespecialiseerde installateurs moeten worden geplaatst, wat de kosten aanzienlijk verhoogt.

Afwerkingsmateriaal: plaatmateriaal
In de beginjaren van commerciële klimzalen werden beton, glasvezelplaten en zelfs stalen platen gebruikt vanwege hun duurzaamheid en weerstand tegen weersinvloeden. Deze materialen zijn echter kostelijk en vaak complex om te installeren. Mede daardoor, en dankzij verbeteringen in de oppervlaktebehandeling en sterkte van houten plaatmaterialen, is multiplex tegenwoordig de standaardkeuze geworden.
Multiplex is een plaatmateriaal dat opgebouwd is uit een oneven aantal houtfineerlagen die dwars op elkaar, onder hoge druk en bij hoge temperatuur gelijmd worden. Door de gekruiste lagen is de plaat sterker dan massief hout van dezelfde afmetingen en hetzelfde gewicht, en zal het ook minder werking vertonen dan massief hout. Multiplex is een stuk lichter dan MDF en heeft bovendien een grotere buigsterkte.
Het is eenvoudig te bewerken en relatief goedkoop in vergelijking met andere materialen, en biedt een hoge flexibiliteit in ontwerp en vorm, wat creatieve constructies mogelijk maakt. Multiplexplaten met een dikte van 18 tot 25 mm zijn de meest courante keuze en worden met schroeven of bouten aan de draagstructuur bevestigd.
De platen worden voorgeboord met een geschrankt raster. Aan de achterzijde van elk boorgat wordt een verzinkte metalen T-nut met schroefdraad bevestigd, waaraan later klimgrepen worden vastgemaakt.

Oppervlaktebehandeling
Een correcte oppervlaktebehandeling zorgt voor de juiste textuur, wrijving, duurzaamheid en uitstraling van de klimmuur. Enkele veelgebruikte opties zijn:
- een mengsel van beton en glasvezel voor een uniforme rotsachtige uitstraling;
- een cementgebonden, epoxy- of verfstructuur voor een gelijkmatig wandoppervlak;
- gestructureerde verf of epoxy voor een gelijkmatige plaatafwerking.
Bij de eerste twee opties wordt de oppervlaktebehandeling na montage aangebracht. Bij de laatste, meest courante optie wordt de behandeling al in de voorbereidingsfase uitgevoerd, wat een kostenvoordeel oplevert.
Voor de korrelstructuur wordt meestal zand met een korrelgrootte van 0,1 tot 0,4 mm toegevoegd aan de laatste harslaag.
Klimmuren voor wedstrijden
De International Federation of Sport Climbing (IFSC) hanteert specifieke eisen voor wedstrijdklimmuren, afhankelijk van de discipline (speed, lead of boulder). Voor speedklimmen zijn de eisen bijzonder strikt: elke muur moet identiek zijn, inclusief de kleur en plaatsing van de grepen.
Voor boulder- en leadwedstrijden verwijst de IFSC naar de norm EN 12572. De norm voegt extra ontwerpvereisten toe, zoals minimale hoogtes, verplichte overhanggraden en de aanwezigheid van opwarm- en isolatieruimtes. Deze vereisten zijn gebundeld in het document Wall requirements IFSC-event, te vinden op de IFSC-website.
Elke klimzaal die de ambitie heeft om IFSC-wedstrijden te organiseren, houdt dit dus best al tijdens de ontwerpfase in het achterhoofd. Regionale en nationale wedstrijden kunnen afwijken van deze specificaties.
Normering en keuring van klimmuren
Velen zouden verwachten dat klimmuren, gezien hun constructieve omvang en de risico’s bij gebruik, volgens een officiële norm gebouwd moeten worden en strenge periodieke keuringen ondergaan. Dit is echter niet zo eenduidig vastgelegd.
De Europese norm EN 12572 specificeert richtlijnen op het gebied van veiligheid, stabiliteits- en sterkteberekeningen, maximale valhoogtes, eigenschappen van valmatten en klimgrepen. De EN 12572 bevat ook bepalingen over het inspecteren van klimstructuren: onder andere dat een klimstructuur regelmatig moet worden geïnspecteerd door een deskundige. Deze norm werd opgesteld in 1998 en kreeg een eerste revisie in 2017. De norm wordt op dit moment nogmaals herzien en een draftversie ligt nu ter stemming voor aan de leden van het Europese normalisatiecomité CEN. Volgens planning wordt de nieuwe versie in het najaar van 2026 gepubliceerd. Op klimstructuren die vanaf publicatie gebouwd worden, zal dan de nieuwe normversie van toepassing zijn.
In België valt de bouw en het gebruik van klimmuren onder de wet van 9 februari 1994 over de veiligheid van producten en diensten, en het Koninklijk Besluit van 25 april 2004 met betrekking tot de reglementering van actieve ontspanningsevenementen. Organisatoren en uitbaters worden verplicht een risicoanalyse op te stellen, preventieve maatregelen te nemen voor de geïdentificeerde risico’s en een eindverantwoordelijke aan te duiden voor de vermelde maatregelen. Invulling geven aan de norm is een gedegen manier om aan te tonen dat de risico’s tot een aanvaardbaar niveau zijn teruggebracht: namelijk het niveau van de actuele veiligheidsstandaard.
Vroeger moesten testen voor het bepalen van de slagvastheid van klimpanelen, de sterkte van de bevestigingen voor klimgrepen en dergelijke door erkende laboratoria uitgevoerd worden. Bij de laatste revisie van de norm EN 12572 werd dit eruit gehaald. Elke constructeur is nu vrij om dergelijke testen zelf uit te voeren en de bewijsvoering op een duidelijke en controleerbare manier voor te leggen. Ook heeft de normcommissie uitgesproken dat een duidelijke risicoanalyse primeert boven het volledig voldoen aan alle normvereisten[2].
De fabrikant zal ook duidelijke vermeldingen maken in zijn handleiding of technisch document over het nodige beheer en de vereiste inspecties. Hierover schrijft de FOD Economie: “Indien van toepassing, moet bij de risicoanalyse ook rekening gehouden worden met de gebruiksinstructies van de fabrikant. Indien van die instructies afgeweken wordt, moet dat opgenomen worden in de risicoanalyse en uitvoerig gerechtvaardigd worden.”
Wie bouwt klimmuren?
De groei van de klimmuurindustrie in Europa sinds 1986 is substantieel:
- 1986 — de eerste commerciële klimzaal, Terres Neuves, opent in Brussel.
- Jaren 1990 — langzame maar gestage groei, voornamelijk in Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Klimhallen zijn nog niche en worden vooral bij universiteiten of als kleine onafhankelijke faciliteiten gevonden.
- Jaren 2000 — de industrie breidt zich fors uit; indoor klimmen wordt een populaire vrijetijdsbesteding. Boulderhallen worden steeds gebruikelijker.
- Jaren 2010 — explosieve groei door stijgende populariteit, mede door de opkomst van indoor fitness en de aankondiging van klimmen als olympische sport (Olympische Spelen 2020).
- Jaren 2020 — ondanks de impact van COVID-19 herstelt de markt zich sterk, met forse investeringen in grote klimfaciliteiten.
De meest courante bouwers van commerciële klimmuren vind je in onderstaande tabel.
| Fabrikant | Land | Specialisatie | Materiaalgebruik | Geschikt voor wedstrijden | Jaarlijkse omzet |
|---|---|---|---|---|---|
| EP Climbing | Frankrijk | Klimhallen, commerciële en wedstrijdwanden | Hout, staal, composiet | Ja (IFSC-gecertificeerd) | €30-50 miljoen |
| Walltopia | Bulgarije | Grote klimprojecten, innovatieve ontwerpen | Hout, staal, GRP, beton | Ja (IFSC-gecertificeerd) | €50-100 miljoen |
| CityWall | Slovenië | Indoor- en outdoor klimmuren, boulderhallen | Hout, staal | Nee | €10-20 miljoen |
Wat kost een klimmuur?
De kosten van een klimmuur zijn afhankelijk van verschillende factoren: grootte, gebruikt materiaal, complexiteit van het ontwerp, gebruikte valmatten, beoogd gebruik en esthetische of kwaliteitsverwachtingen. Net zoals bij andere projecten op maat bestaat er geen eenduidig antwoord op de prijs van een klimmuur.
Wil je meer details over wat een invloed speelt bij de prijsbepaling van jouw project? Bekijk dan hoe een offerte bij ons werkt.
Klimmuren: meer dan enkel sportklimmen
De indoor klimsport wint sinds 2010 duidelijk aan populariteit, met telkens meer en drukbezochte klimzalen. Vele nieuwe commerciële klimzalen in de ontwerp- en bouwfase zullen dat aantal enkel nog laten groeien. De klimsport krijgt echter ook steeds meer aandacht vanuit andere hoeken dan enkel het sportieve. Klimmen als therapie en het gebruik van klimmuren voor therapeutische en revalidatiedoeleinden krijgt steeds meer aandacht. Meer hierover in een volgend artikel.
Wie de routes op zo’n muur uittekent en hoe je dat vak leert, lees je in ons artikel over routebouw.
Twijfel niet om via de contactpagina je vragen over dit artikel op te sturen, of moest je een ruimte hebben waar je denkt dat een klimmuur mooi zou passen. We doen niets liever dan jou helpen bij het uitwerken ervan!

